Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen.
Als vijfjarige kleuter maakte ik zelf voor het eerst kennis met logopedie omdat ik lispelde. Ik genoot enorm van de therapieën en van de individuele aandacht die ik er kreeg. Blijkbaar maakte dat behoorlijk wat indruk, want in het tweede leerjaar wist ik het zeker: later zou ik zelf logopedist worden.
Vanaf dat moment kon de voorbereiding beginnen.
Ik schreef mijn eigen verhalen, installeerde mijn jongere broers en zus in de zetel en las hen mijn nieuwste verzinsels voor.
Mijn kamer veranderde regelmatig in een klaslokaal, waar diezelfde broers en zus mochten oefenen op lezen, schrijven en rekenen.
En uiteraard mocht ook de articulatietherapie niet ontbreken. Voor een mooie slangenklank, de ‘s’, moest de tong netjes op het bergje achter de tanden staan. Dus zette ik mijn broers en zus voor de spiegel en liet ik hen alle mogelijke woorden met een ‘s’ nazeggen.
Tegen mijn achttiende was ik helemaal klaar voor het echte werk. 😉
Tijdens mijn opleiding en stages deed ik ervaring op met taal-, leer-, articulatie- en slikstoornissen. Na mijn bacheloropleiding besloot ik me verder te specialiseren in stotteren en broddelen.
Vandaag geniet ik nog steeds van diezelfde variatie binnen het vak. Geen cliënt, hulpvraag of traject is hetzelfde. Ik vind het bijzonder fijn om samen met cliënten op zoek te gaan naar wat voor hen werkt en hen stap voor stap te zien groeien.
Ook de samenwerking met ouders, scholen, andere zorgverleners en mijn collega’s vind ik een belangrijk en waardevol onderdeel van mijn job. Het zorgt ervoor dat ik zelf blijf bijleren en groeien — en maakt dat ik, zoveel jaren na die eerste logopediesessies, nog steeds heel blij ben met de keuze die ik toen in het tweede leerjaar maakte.
– Basiscursus OMFT – logopedie en tandheelkunde, Kwec
– Restart-DCM: indirecte stottertherapie voor kleuters
– Minicursus: werken met Fonolog